De bewoners van Fontebona

Astrid

Astrid
Ik heb netjes mijn school afgemaakt hoor, daar niet van. Werd IT'er. Communicatieadviseur. Ajjakkes. Binnenzitten. Mantelpakje aan. Pootjes geven. Dat paste me niet. Nu volg ik weer mijn passie: buiten spelen, net als vroeger. Ik leef een eenvoudig, maar gelukkig leven. Dat is pure luxe. Iedere dag brengt nieuwe gekke uitdagingen waarvoor ik creatieve oplossingen mag bedenken. Planten. Dieren. Vrijheid. Villa Kakelbont in het kwadraat. Heerlijk. Op Fontebona ben ik perfect in mijn element.

Thomas

Thomas
Ik heb niet eens mijn school afgemaakt. Te druk met kunstprojecten. Als beeldend kunstenaar kan je hooguit droog brood verdienen, dus vanuit de kunstkant van virtual reality rolde ik van betaalde IT-baan naar IT-baan. Best leuk, maar dat gehang achter een beeldscherm. Pfff. Wat een beperkt leven. Fontebona vraagt om veel creativiteit, maar mijn kunstenaarschap staat nog even op een laag pitje. Dat vuur pook ik binnenkort weer op. En ook die kunstgallerie komt er. Op Fontebona natuurlijk.

Sita

Sita
Zeven kilo nog nader te bepalen rashond. Mijn vader heette el Feyu, de Lellekerd en zag een wiel over het hoofd bij zijn laatste autojacht. Mijn moeder is Cuca, Wijffie, en heerst voor de centrale verwarming in het verre Nederland. Zij is daar de baas. Ik ben de baas op Fontebona, hoewel ik voor Simba stiekem bang ben. Maar Simone corrigeer ik graag. Ik loop ook graag achter de Birri-Birri aan, hoewel het me nog steeds niet duidelijk is waarom ik niet voorop mag. Mijn grootste passie? Diepe holen en een goed vers bot.

Simba

Simba
Fontebona is mijn derde of vierde adres. Ik ben eerlijk gezegd de tel kwijt. En ook een deel van mijn staart. Dat is omdat ik een pietsje bangelijk ben. Voor de wind. Een vallend blaadje. Dat er een muis in m'n neus bijt. Maar Simone moet zich een beetje gedeist houden. Daar win ik wel van, al is het vooral omdat ik aardig zwaarder ben dan zij. Vanwege mijn nobele naam en dito gelaatstrekken ben ik eigenlijk te sjiek voor Fontebona, maar mijn koninklijke uitkijkplek bovenop de Postkoets geef ik nooit meer op.

Simone

Simone
Geboren als Simon Scharminkel. Een stevige naam, nietwaar? Totdat de dierenarts na een aantal bezoeken eens goed tussen mijn achterpoten keek. "Maar dit is Simon niet, dit is Simone". Ik lijd daar niet onder. Wist altijd al wie ik was. Een uitstekende jager-muizenverzamelaar. Ik laat Simba winnen als ik hem pest. Dat is goed voor zijn zelfvertrouwen. Wie niet sterk is... Ik lig het liefst in een vers losgewoeld bedje in de moestuin. Hoewel ik ook graag in het weiland lig. Voor een muizenhol.

Pili

Pili
Ik doolde lang in Cantabria rond. Ik leefde van de gekste dingen. Nog steeds ben ik dol op karton. Samen met Lulu en nog drie andere ezels kwam ik na veel rondzwervingen in het Ezelparadijs in Arobes terecht. Omdat ik nog zo jong (2010) ben, kan ik prima met een wandeling meelopen. Dat doe ik heel graag en met veel geduld. Met jonge kinderen in de buurt ben ik extra voorzichtig.

Lulu

Lulu
Over mijn schouders en mijn rug loopt een aalstreep. Dat is een lijn over rug en schoft. Zo'n lijn zie je bij ezels die qua afstamming dichtbij hun wilde Afrikaanse voorouders zitten. Daardoor lijk ik niet alleen wat op een zebra maar gedraag ik me ook een beetje zo. Iets onrustiger en onstuimiger dan Pili. Maar dat komt natuurlijk ook omdat ik naar schatting drie jaar jonger dan Lulu ben. Ik zou zelfs haar dochter kunnen zijn, maar dat weet niemand. Soms heb ik ruzie met Pili. Toch is zij mijn beste vriendin en wil ik haar niet missen.

Birro

Birro
Ik ben de baas van de Birri-Birri, de schapen. Birra is mijn dochter en enige schaap in de kudde. Het is een aardige meid, maar ze is een beetje luid. Ik ren dus graag ver van haar weg. Jammer genoeg duurt het nooit lang tot ze op een holletje achter me aan komt blaten. Zucht. Nooit rust. Het liefst ben ik bij Lulu. Wat een prachtschaap! Stil. Hoog op de poten. Geweldig goede trappen, waar ik graag tegenin ram. Als ik iets raars ruik krult mijn bovenlip. Dat schijnt een bijzonder grappig gezicht te zijn. Ik laat me graag op m'n hoofd en wangen kroelen, als je me maar rustig benadert. Anders ga ik rammen. Over hoge hekken springen is mijn specialiteit.

Birra

Birra
Het klopt. Ik blaat veel en graag. Nou ja. Dat is toch wat vrouwen doen? De mensen om me heen blaten ook de hele tijd. Dus waarom zou ik niet lekker meeblaten? Daarvoor ben ik een kuddedier. Ik ben altijd wat nerveuzig. Kweenie. Doe ik gewoon. Omdat ik schaap ben. Ik heb het niet zo op die Lulu. Altijd bij m'n vader aan het slijmen. Pili is wel ok. Maar ik bemoei me niet zo met hen. Blijf liever in de buurt van de kippen. Die kletsen ook zo gezellig.

Mozart III

Mozart III
Tatatataa! Tatatataa! Kukelekuu! Kukelekuu! Ooit eens was er de haan Beethoven. Uitstekend vertolker van het Beethovenrepertoire. De gelijktijdig aanwezige Mozart I schijnt ook al een voortreffelijk imitator van het een of andere componistje te zijn geweest. Sindsdien heet iedere haan Mozart. Als compensatie voor mijn geringe afmetingen, ik ben namelijk een krielhaan, houd ik mijn chickies extra goed onder de duim. Ik zou graag nader tot Brunella en Zelda komen. Voor een goed gesprek. Uiteraard.

Brunella

Brunella
Ik ben de grootste kip. Roodbruin. Een Roxu noemen ze dat hier. En 100% Asturiaans, zeggen ze. Maar daar klopt niets van. Ik ben import. Buitenlander. Ich bin ein Barnevelder. Leg bijna dagelijks mijn ei. Onverstoorbaar. Als een tank. Tok.

Zelda

Zelda
Ik weet werkelijk niets meer van mijn eerste weken op Fontebona. Doodziek was ik. Niets eten. Miezerig hoopje ellende. Verstoten door de andere kippen. Ze dachten dat bij de fokker mijn ogen waren uitgepikt. Hopeloos. Maar Astrid nam mij, eerst zeer tegen mijn wil, drie vier keer per dag op schoot. Water voeren. Suikerzoutoplossing voeren. Mais voeren. Dan tikte ze het bakje tegen mijn veel te lang uitgegroeide snavel en wist ik dat er eten was. Tergend langzaam, iedere week wat meer, gingen mijn ogen open. Ja. Echt waar. Er zaten nog ogen achter. Niks uitgepikt. Niks kippig. Ik ben nu groot en sterk. Nog steeds als ik haar zie kom ik altijd heel blij tokkend naar mijn redster toe.

Buitra

Buitra
Ja, het is waar. Ik zie er wel heel vreemd uit. Geen staart. Rare bakkebaarden. Hoge borst. Ik ben een Raskip. Jawel. Ahum. Ik ben een Mapuche kip of Araucana kip. Die naam komt van de streek Araucanía in het zuiden van Chili en van het Indiaanse volk dat mij fokt, de Mapuches. Mijn eieren zijn iets tussen blauw en groen. Heel bijzonder. Des te meer omdat mijn eieren cholesterolverlagend zouden zijn. Daar geloof ik niets van, maar het is een mooi verhaal. Zo ook mijn eieren. Ietsjes kleiner dan normaal, maar met een grote eierdooier.

Prima (Kika Cresta)

Prima (Kika Cresta)
Ik heb de grootste! Ik heb de grootste! Kam... Verder ben ik net zo klein als het andere krieltje. Gemalin van Mozart, dus dat geeft mij wat privileges. Zo tikt Mozart luid klokkend op de grond om mij de lekkerste hapjes aan te wijzen. Zelf eet hij pas als iedereen aan het eten is. Wat een schatje heh? Ik leg kleine eieren en nog weinig ook, maar ik ben niet zo doorgefokt. Dus ik heb nog instincten. Neem graag een luxueus stofbad. Vind als beste de verstopte insecten. En broed dus graag. Zie mij als de oerkloek. De kip voor het ei.

Donna (Kika Crestita)

Donna (Kika Crestita)
Ik ben ook een krielkipje. Een kika. Crestita betekent kammetje, omdat mijn kam kleiner is dan die van het andere krielkipje. Ik houd me graag een beetje afzijdig van de groep. Geen idee waarom. Astrid zegt dat dat is omdat ik een oogje heb op Mozart, maar dat Kika Cresta zijn lievelingetje is. Pfff. Psychologie van de koude grond. Ik ben heel tevreden hoor. Als ik het even red, ga ik op de eieren zitten. Laat mij maar lekker broeden.

Kuikens

De kuikens
Pan I, Fokke & Sukke, Jansen & Janssen